Dune over de vloer

Er wonen twee Sandjes in België, en het is altijd erg gezellig om hen over de vloer te hebben. Zo kwamen Virginie en Dune vorig weekend vanuit Brugge een nachtje logeren. Natuurlijk stond er een mooie wandeling op het zondagprogram…. we hebben drie en half uur door de Helderse natuur gezworven. 

Het was schitterend weer, en we hadden zoals gewoonlijk het strand voor ons alleen.

Het is gezellig, maar ook best wel fascinerend om de pups van onze honden terug te zien; ik zie allerlei eigenschappen in ze terug die ik ken van hun moeder, oma of overgrootmoeder. Zo heeft Zoë duidelijke trekjes van oma Chloe, maar Dune ook, en dan weer heel andere. Maar ook hun moeder Jewel zie ik in hen terug, en hun zuster Hinde natuurlijk.

Mooi was het op het strand….

Deze foto nam ik vanaf een verboden duintop, waar we samen met de honden overheen zijn getrokken. Nog steeds geen boete gehad, in al die 30 jaren illegaal wandelen in de duinen…… op een dag ga ik hem krijgen natuurlijk, maar dan betaal ik graag, want wát een fantastisch rendement heb ik dan van mijn geld gehad ;>))))

Van dat gezwoeg door het helmgras krijg je dorst….. maar we kwamen halverwege de wandeling gelukkig precies uit bij het terras van Nogal Wiedus ;>).

Dune heeft nog even voor ons geposeerd in een beschutte duinvallei.

Bij de avondmaaltijd voor de verandering eens geen Hinde in ons bord, maar Dune.

Alhoewel… met slibtong en rijst met roomboter en basterdsuiker op tafel mag botermeisje Hinde zelf ook niet ontbreken natuurlijk ;>)

Ter afsluiting een foto van Chloe met kleindochter Dune.

Rondje Soestduinen

Gisteren hadden Ronald en ik afgesproken met Olaf en Manon en hun honden Yuma, Nisga’a en Payute, en Virginie met Dune, om een ANWB losloopwandeling te testen voor de Nederlandse Whippet Club. Het weer was fris maar zonnig; kortom typisch regiowandeling weer ;>)

540 hectare stuifzand, heide en dennenbomen; zo ver het oog reikt….

Met daaromheen een prachtig stuk bos, waar het al merkbaar herfst is ;>)

Nog wat restanten van het natte weer van de afgelopen week – Yuma dook er direct in!

Lekkerrrr, vindt ook Payute ;>)

Hinde trekt een sprintje met Nisga’a en een kleverige Sheltie, die niet met ons mee was maar zich spontaan bij ons aansloot (met een ongeïnteresseerd baasje in zijn kielzog).

Het eerste dat Jewel en Hinde natuurlijk deden, toen ik ze los maakte in dit gebied, was ‘m smeren over de vlakte en uit beeld verdwijnen voor een minuut of vijf. Ik bleef af en toe fluiten zodat ze zich konden oriënteren op onze groep, en gelukkig verschenen ze weer redelijk snel. Daarna heb ik ze om de beurt aan de riem gehouden – in je eentje is jagen iets minder spannend voor de dames!

Zonder haar moeder blijft Hinde wel goed bij de groep; dan blijft het bij wat turen over de vlakte, of er echt niets te vangen valt….

We wisselden stukjes bos af met uitstapjes over de open vlakte…. dit is een heerlijk overzichtelijk gebied om te wandelen!

Jewel en Chloe; struinen door de duinen…..

Na een kilometer of 6 struinen zijn we bijna terug bij de parkeerplaats aan de Foekenlaan in Soest…. als afsluiter nemen we een drankje, cake met slagroom en aardbeien en een tosti op het terras van de uitspanning die daar staat. Dit is een prima wandelgebied – en dus staat het bij dezen op de lijst voor een NWC regiowandeling, waarschijnlijk in oktober 2012! Met dank aan Olaf en Manon voor het idee en de begeleiding.

Geschiedenis van de Whippet

Uit oude teksten en schilderijen kunnen we opmaken dat windhonden van uiteenlopende maten al duizenden jaren geleden werden ingezet als zichtjager op wild. Deels ter vermaak, maar vooral om af en toe voor een stuk vlees op tafel te zorgen. De naam “whippet” had rond 1600 de betekenis “kleine hond” en werd pas in 1841 gebruikt om een “kruising tussen Greyhound en Spaniël” te beschrijven. In die tijd was het alleen de adel toegestaan om Greyhounds te bezitten en ermee te jagen, het volk bezat waarschijnlijk wel kleine windhonden en windhondkruisingen ten behoeve van de stroperij.

De whippet zoals wij die kennen is echter – zoals veel hondenrassen – een relatief jong ras, dat door de mijnwerkers en fabrieksarbeiders in Noord Engeland werd gecreëerd uit windhonden en terriërs. Whippets werden ook wel “snapdog” genoemd (to snap = snauwen, happen), omdat zij razendsnel konden uitvallen naar andere honden.

Toen het Engelse parlement in 1835 gevechten tussen honden, beren en stieren verbood, zou het nog tot 1850 duren tot dat verschijnsel daadwerkelijk werd gestaakt. De arbeidersklasse moest omzien naar een ander vermaak en het “snapdog coursing” werd in korte tijd populair; whippets werden in een afgesloten terrein losgelaten op een konijn of rat. De hond die het diertje als eerste wist te grijpen en doden was de winnaar en de eigenaar won het geld van de weddenschap. Whippets werden op één dag soms wel dertig keer de arena ingestuurd en hadden baat bij zowel snelheid als uithoudingsvermogen en felheid. Deze eigenschappen werden verkregen door in de fokkerij windhonden en terriërs te gebruiken. De gegoede burgerij keer erg neer op deze “sport” en uiteindelijk werd het verboden.

Na dit verbod vond men een alternatief vermaak in de vorm van het rennen. De eerste vorm van rennen was het “rag racing”. Whippets werden bij nek en staartaanzet vastgehouden en na het startschot met een grote zwaai zo ver mogelijk door hun “slipper” (starter) gelanceerd, in de richting van een recht traject van 90 tot180 meter. Zij renden naar hun eigenaar of trainer, die aan het eind van het traject met een “rag” (lap) stond te zwaaien en te roepen. Eenmaal bij de finish aangekomen sprongen de whippets naar de lap en grepen die vast, waarna ze rond werden gezwaaid om hun snelheid op te vangen. De whippet kreeg in deze tijd de bijnaam “renpaard van de armen”.

De renwedstrijden waren in de periode 1880 – 1930 zeer populair. Zij werden gehouden op zaterdagen met honderden whippets en dit trok duizenden toeschouwers. Er werd daarbij stevig gewed op de deelnemende honden. Succesvolle whippets brachten veel geld in het laatje en werden door hun eigenaren thuis goed gevoerd en helemaal in de watten gelegd; menige whippet sliep bij zijn eigenaar onder de dekens, aan het voeteneind.

Kleine whippets waren minder snel dan grote whippets; teven sneller dan reuen. Er werd daarom gewerkt met handicaps; op basis van gewicht en geslacht kregen whippets  een of meer meters voorsprong op elkaar. Snelheid was het enige criterium dat belangrijk was; door Italiaanse windhondjes en Greyhounds in de fokkerij te betrekken kreeg de whippet een lichtere constructie, langere poten, een diepe borst die ruimte biedt aan hart en longen en de typische bespiering waaraan men een windhond herkent. De whippet woog in die tijd gemiddeld negen kilo en legde met sprongen van vijf meter het traject van180 meteraf in ongeveer 12 seconden.

Het Engelse stamboek van de whippet werd in 1890 geopend en de eerste whippets verschenen daarna op shows. Hier werd gekeurd naar een geschreven rasstandaard waardoor er steeds meer uniformiteit in het ras kwam. Op dat moment ontstond wat men in die tijd “de moderne whippet” noemde. In feite leek de whippet ondertussen nog het meest op een kleine Greyhound, reden waarom de Engelse Whippet Club in 1908 de Kennelclub (tevergeefs) verzocht de naam te wijzigen van “Whippet” naar “Miniatuur Greyhound”. Pas in deze periode werd het ras populairder buiten de arbeidersklasse; de whippet werd rond de eeuwwisseling door Engelse dames beschouwd als een zeer elegante “accessoire” en zij organiseerden zelfs races onder elkaar.

De whippet heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een zeer herkenbaar, wereldwijd erkend en gerespecteerd ras en valt niet meer weg te denken uit de windhondengroep.

“De whippet die rent laat de tijd en ruimte verdwijnen” (Croxton Smith)

© Monique Post

Den Helder, 1 februari 2009

Bronnen:

  • The Whippet, the Dog Anthology
  • Arrianus, de lange jacht en lurecoursing, van Hawkins, Jansen en Waidman
  • The Whippet or race dog, van Freeman Lloyd
  • The Whippet, van Bo Bengtson
  • Sight Hounds, van Juliette Cunliffe