De zeedijk is hier onder handbereik, en dus komen we er iedere ochtend, nog voor het ontbijt. Hinde en Hazel kunnen daar hun grote rondes draaien, en ook de ballengooier geeft het nodige plezier.

Maar wanneer het eb is is ook het strookje strand onderaan de dijk leuk om langs te rommelen.

Overal ligt blaaswier en zeegras; en bijvoorbeeld ook zeeschuim – het witte binnenschildje van de zeekat, een inktvissensoort die in de Noordzee leeft, vaak gebruikt als bron van kalk in vogelkooitjes.

Mijn dames speuren de waterlijn af naar een andere kalkbron; dode krabben, die ze met veel gekraak naar binnen werken.

En Hazel laat geen kans onbenut om haar schouders in stinkende dingen te steken.

Op de uitkijk. Dit blijft een heerlijk plekje; vooral in de zomer krijg je er echt het vakantiegevoel.